
Na het bezoeken van ongeveer 3.000 drukpersen blijkt één ding duidelijk: UV-lampen gaan niet zomaar kapot wanneer ze aan het eind van hun levensduur zijn. Ze falen wanneer de thermische controle meer een kwestie van gokken is dan van technische precisie. Op drukpersen met een snelheid van 800–1.500 m/min moet de spectrale uitstoot van de lamp zich aanpassen aan het materiaal dat wordt gedrukt – en niet andersom. Daarom hebben we het koelsysteem voor UV-lampen ontworpen met als doel constante thermische stabiliteit, en niet alleen om een reclameboodschap te verspreiden.
Wat echt belangrijk is op technisch gebied UV-hardening is een vorm van fotochemie. Met kwikdamplampen is het nodig dat er een stabiele piekintensiteit wordt behouden op 365nm, 385nm en 405nm, zodat de fotoinitiatoren binnen hun activeringsbereik blijven. Oververhitting zorgt ervoor dat de gloeidraad beschadigt raakt en de intensiteit van de lamp afneemt. Onderkoeling kan ertoe leiden dat de reflector vervormt, waardoor de kruislinking ongelijkmatig wordt. Ons systeem houdt de temperatuur van de lamp binnen een nauw bepaald bereik, zodat de spectrale uitstoot over de gehele levensduur van 2.000–8.000 uur constant blijft.
Deze consistentie zorgt voor een voorspelbare energiedichtheid (mJ/cm²) en minder defecten veroorzaakt door problemen met de hechting van de inkt.
Waarom dit werkt in de praktijk In de industriële drukwerkindustrie moet de snelheid van de drukpers, de uitstoot van de lamp en de hittebestendigheid van het materiaal op elkaar afgestemd zijn. Met dit koelsysteem wordt de omgeving rondom de lamp stabiel gehouden, zodat de lamp een constante intensiteit kan leveren. Dit betekent minder problemen met de snelheid van de drukpers, minder stilstand door vervanging van de lampen, en lagere energieverbruiken. Na een jaar hoeft u de lampen minder vaak te vervangen, wordt er minder tijd besteed aan onderhoud en daalt de totale eigendomskost – zonder dat u uw inkt hoeft te veranderen.
Op wat u moet letten bij de installatie De installatie is gemakkelijk, maar de luchtcirculatie moet goed worden gepland, zodat deze past bij de lampkamer. Als de omgevingstemperatuur met 10°C verandert, zal de temperatuur rondom de lamp ongeveer 2–3°C veranderen. Houd de luchtkanalen kort en zorg ervoor dat de inlaat en uitlaat gescheiden zijn, zodat er geen hercirculatie van lucht optreedt. Controleer ook of er voldoende ruimte is om bij de lamp te komen. Plan de installatie alvast goed, zodat het systeem rustig blijft werken en de lamp zich binnen zijn stabiele werkbereik bevindt.